belofte van de Vader
EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENPERIODE
INTROÏTUS: Psalm 91:1,15-16
Azaria zegt:
'Mijn ziel, onze Mis!
De Mis gezien en beschouwd door de 'Stemmen', voor jou!
Ze begint met een belofte, die zo waar is als alles wat van God is:
"Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem horen.
Ik zal hem bevrijden en hem verheerlijken.
Ik zal hem een lang leven schenken."
Het lijkt alsof er maar één God spreekt, vind je niet?
Maar onze Allerheiligste God is Drie, ook al is Hij Eén.
En Elk van de Drie Allerheiligsten heeft Zijn eigen bijzondere eigenschappen,
die niet ontbreken bij de anderen, maar die in die Ene bijzonderder tot uiting komen,
en die, verenigd door Liefde - een gemeenschappelijke eigenschap -
de onvoorstelbare en volmaakte Volmaaktheid vormen
van onze Heer, de Drie-enige God.
En de Drie Allerheiligsten bewonderen en vullen elkaar aan met liefde,
en storten de stroom van hun drie-verenigde volmaaktheid uit
over hun kinderen, over de geredden, over de opgeleiden.
En kijk nu, de Váder belooft:
"Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem antwoorden."
Hij is een Vader.
Kan een vader doof zijn voor de hulpkreet van zijn kind?
Dat kan hij niet.
En een volmaakte Vader kan al helemaal niet doof zijn voor de kinderen die Hem aanroepen.
Hij wendt zich tot zondaars die, uit verdriet of berouw, aan Hem denken.
Hoe zou Hij dan niet hetzelfde doen voor hen die Hem liefhebben als trouwe kinderen?
Steun, mijn ziel, met volledige overgave op de liefde van de Vader.
Overgave is geen affront, zoals zij die God niet kennen zoals wij Hem kennen, misschien denken!
Liefde is altijd eerbiedig en respectvol.
Des te eerbiediger en respectvoller naarmate ze ruimhartig is.
Volmaakt eerbiedig en respectvol wanneer ze absoluut is.
Want het is de zíel die liefheeft.
En de ziel, zodra ze het pad van de liefdevolle kennis van God is ingeslagen, is nederig.
Intimiteit genereert alleen gebrek aan respect in menselijke liefdes,
die altijd gebukt gaan onder materialisme.
Maar in geestelijke liefdes – ik spreek over ware liefdes,
niet over de geëxalteerde, vluchtige en oppervlakkige gevoelens van sentimentalisten –
ontaardt intimiteit niet in gebrek aan respect.
De ziel leunt op God,
buigt haar voorhoofd voor Gods voeten,
knielt neer, zich bewust van de oneindige afstand, die er altijd is.
Zij bevindt zich tussen haar kleine volmaaktheid en de oneindige volmaaktheid.
Zij staat daar, vol aanbidding, maar met de uitbundige liefde van een dochter,
totdat God tot haar zegt: "Nee, niet zo, als een slaaf! Maar op Mijn Knieën!
Aan de Boezem van je Vader, o dochter die Ik geschapen heb!"
En het is extase, dat weet jij, totdat God het ontbindt,
en de ziel terugkeert om lief te hebben,
adorerend, aan Gods Voeten.'
Reacties
Een reactie posten