INTROÏTUS Jesaja 66:10-11 10 Verheugt u, samen met Jeruzalem, en juicht over haar, gij allen die haar liefhebt. Jubelt met haar van blijdschap, gij allen die over haar treurt, 11 gij moogt zuigen en u verzadigen aan haar troostrijke borsten, gij moogt drinken en genieten van haar luisterrijke boezem. Azaria zegt: "Waarom, waarop zou Jeruzalem zich verheugen? Misschien op haar lange leven? Helemaal niet. Maar op haar vitaal zijn, door haar verbondenheid met Christus, Die haar voedt met Zijn gaven en haar tooit met Zijn heiligen. Als ze niet van bovennatuurlijke aard was, zou ze deze gaven en deze heiligen niet hebben, en zou ze vergaan, zoals alles wat door menselijk handelen is voortgebracht, alles wat slechts een relatieve tijd duurt, en daarna, door de strijd van vijanden, verzwakt en sterft. - Maar het aardse Jeruzalem, is niet gescheiden van het hemelse Jeruzalem, en de inwoners van het hemelse Jeruzalem zijn bij het aardse Jeruzalem, om ...
Reacties
Een reactie posten