God prijzen - dat doen waartoe je bent geschapen
DERDE ZONDAG NA PASEN
INTROÏTUS
Steekt Gods loftrompet alom op aarde
zingt tot eer van Zijn Naam majesteitelijk
doet statig stijgen zijn loflied.
Zingt God toe:
"Hoe geducht zijn Uw Werken!
Uw almacht dwingt Uw bestrijders
om U nederig hulde te brengen!"
Azaria zegt:
'Het zou inderdaad goed zijn
als de hele aarde de Heer met een jubelende stem zou prijzen.
Maar als de minderen der aarde, met de vermogens die hun zijn verleend, dat doen
- want het prijzen van de Schepper God is simpelweg het doen waarvoor men geschapen is -
dan weet de koning der aarde, de mens-koning onder de dierschepselen,
meester en uitbater van het dieren-, planten-, water- en mineralenrijk,
dat niet te doen.
Niet met de orde,
en niet met de liefde.
De orde, door de dierlijke natuur
die haar gelijkstelt aan alle soorten die uit materie zijn geschapen,
en haar de eerste plaats toekent op de schaal van levende wezens op aarde.
De liefde, door de geestelijke natuur
waarmee God hem heeft begiftigd om hem gelijk aan Hem te maken,
die schakel tussen de materialiteit van de dieren en de spiritualiteit van de engelen,
dit wezen voor wie God het onsterfelijke leven heeft gereserveerd,
aangezien dat wat een deeltje van God is, niet tot niets kan vergaan,
en voor wie Hij een Koninkrijk gecreëerd heeft
van eeuwige zaligheid.
De mens schendt de orde, elke orde.
Daarom schendt hij ook de liefde.
Want de wanorde is haat,
leidend tot daden
van kwaad jegens medemensen
en van verwaarlozing van God.
Wie zijn medemensen kwaad doet,
door de rijken waarover de mens koning en uitbater is
te misbruiken om kwaad te doen;
wie zijn medemensen kwaad doet,
door de superieure intelligentie waarmee hij is begiftigd,
te misbruiken;
wie, zichzelf slechts een kleine god van korte duur wanend,
verzuimt God in die tijd eerbied en gehoorzaamheid te betonen,
toont manifest dat hij de orde overtreedt,
en daarom een wanordelijke is
binnen de orde;
toont manifest
dat hij zijn medemensen haat en God haat,
door de eersten kwaad te doen,
en God op duizend manieren te beledigen.
De liturgie herinnert aan deze plicht
van de mens, levend wezen op aarde,
om de Heer lief te hebben en te prijzen,
de eerste van alle vormen van eerbiedige liefde voor de Allerhoogste,
een verstandige daad die, door de gedachte aan God in het intellect te brengen,
het hele wezen ervan weerhoudt werken te verrichten die alleen de ongelovigen kunnen doen.
Maar te weinigen slaan acht op de raad, de liturgische uitnodiging,
en de aarde mist te veel menselijke stemmen
in het koor van de schepping tot haar Schepper.
De mooiste stemmen van het immense koor zijn schaars,
omdat te veel mensen vergeten dat ze bestaan
doordat God ze in stand houdt.'
Reacties
Een reactie posten