Petrusbrief: hoed u voor vleselijke begeerten
Azaria zegt:
'En nu ik jou het symbool
van het breken van het Parakleetvuur in evenzovele tongen heb uitgelegd,
en van het branden ervan op de hoofden van de apostelen...
laten we terugkeren naar Petrus de apostel, die,
nadat hij geestelijk was geworden na de communie van de Heilige Geest,
zich herinnerde dat hij ooit mens was geweest, en aan zijn discipelen en broeders
met liefde, kennis en waarheid de regels vertelde en vertelt
voor het bereiken van de spiritualiteit die heilig maakt.
Hij zegt:
"Ik bezweer u u te hoeden, als vreemdelingen en pelgrims, voor vleselijke begeerten."
De christen is immers een vreemdeling en pelgrim te midden van heidense menigten.
De wereld, heidens in z'n gebruiken, en de menselijkheid zelf,
min of meer sluimerend, of min of meer gewelddadig, ook in de christen,
maakt dat de geest als een pelgrim en vreemdeling door onbekende, gevaarlijke landen moet trekken.
En zie, Petrus waarschuwt: "Hoed u voor vleselijke begeerten!" als voor wezens van een ander volk
die je zouden kunnen gevangennemen en tot slaaf maken.
Wees voorzichtig!
Want je kent het ware gezicht van de dingen om je heen niet.
Ze kunnen goed lijken en toch slecht zijn, onschuldigen maar toch schurken.
Blijf op jezelf. Sluit geen makkelijke verbintenissen.
Wees liefdadig, maar laat niet in je binnendringen wat van anderen is,
wat niet tot jouw uitverkoren stam behoort.
Liefdadigheid ja, die bidt, mededogen toont en onderwijst,
met gedragswijze meer nog dan met woorden.
Maar wees gereserveerd.
Bedenk altijd dat de geest delicater is dan een maagd,
en dat hij, ontmaagd, niet langer de prachtige frisheid van onschuld bezit.
Vergeving daalt neer op de berouwvolle geest,
en boetedoening herstelt hem in de gunst van de Heer.
Maar de herinnering blijft, de herinnering aan de zondeval.
En die herinnering kwelt en kan Satan dienen
om in de schemering, die ieder mens meemaakt,
en vooral in het uur van de dood, spoken op te roepen
om de mens bang en wantrouwend jegens God te maken.
O! soevereine zekerheid van een geest onaangetast door doodzonden en zonden van eigen wil!
Hoezeer zou jij gezocht en beschermd moeten worden, soevereine zekerheid,
om de mens van jou gelukkig te maken!
Wees daarom voorzichtig zolang je vreemdelingen en pelgrims bent.
Voor julliezelf en voor de eer van God.
Wilden jullie niet werken tot Zijn glorie?
Dan moet je erop gebrand zijn de heidenen,
slaven van zinnelijkheid en wereld,
te bekeren.
Maar hoe kun je dit doen
als de zinnelijke en wereldse mensen jullie woorden kunnen tegenspreken
door te zeggen dat je net bent zoals zij?
Wees er daarom op bedacht geen gemurmel over jezelf uit te lokken,
maar veeleer door je werkelijk heilige werken goede gedachten op te wekken,
ter voorbereiding op de komst van de Heer, onder de heidenen van de wereld.
Op de dag van hun bekering zullen zij jou, dankzij jouw verdienste, verheerlijken als hun redders,
samen met de Grote en Driemaal Heilige God en Redder.'
Reacties
Een reactie posten