'stemmen' zijn gekerkerde apostelen: kunnen woord niet bekend maken
Azaria zegt:
'Jullie zijn de gekerkerde apostelen, oftewel "woordvoerders",
die het heilige woord niet aan de mensen bekend kunnen maken.
De schat die jullie in je armen dragen, brengt je naar de hemel.
Maar voor jezelf.
Wanneer...
nadat je de extase van het ontvangen ervan hebt ervaren...
—tot het punt dat je ze met je vlees deelt,
zo hevig is de zoete en vlammende orkaan die jou heeft getroffen,
om je van al het menselijke te beroven, en te laten begrijpen dat het mensdom vluchtig lijden is,
terwijl alleen dat wat eeuwig en spiritueel is waarde heeft,
en je aldus, bewust, steeds hoger voert,
naar de sferen van naastenliefde en contemplatie—
wanneer, nadat je de extase hebt ervaren...
je je blik van het Vuur, van de Wijsheid, van de Almacht neerlaat
naar de arme mensheid, die ellendig, onwetend, versteend ronddoolt,
langs de paden van de Aarde en van de Dwalingen...
—en je weet wat deze mensheid zou redden,
en wat haar wijsheid, rijkdom, leven, warmte zou schenken,
en je kunt die schat niet geven waarin velen de Weg, de Waarheid, het Leven zouden vinden
die tevergeefs, tevergeefs elders wordt gezocht—
dan...
ondergaan jullie het martelaarschap
van de liefde voor God, die onbekend is en onbemind,
en voor jullie naaste, die je ziet sterven zonder vrede,
en die je onmogelijk kunt helpen...
gevangen als jullie zijn door een categorie van mensen,
die de naastenliefde me dwingt niet te classificeren,
en door de onwetende of vijandige onverschilligheid
van die andere, grotere categorie: die van hen
die het Woord en de Kennis nodig hebben,
die hun handen uitstrekken naar alle "appels van Sodom" in hun woestijn,
en die niets vinden.
Want die appels zijn, net als die in de woestijn van Judea,
leeg onder hun bedrieglijke uiterlijk.
Maar zij strekken hun handen niet uit naar de Bomen des Levens
die groeien in het midden van het plein van de Hemelse Stad
en aan weerszijden van de Rivier van Levend Water
die stroomt van de Troon van God en van het Lam,
zoals de engel Johannes, apostel van de Heer, ze zag.
Die bomen dragen twaalf keer vruchten
en voorzien, maand na maand, de gezegende inwoners van de Stad
van de Heiligheid en Verheven Vreugde van deze eeuwige vruchten.
En dus wenen jullie zoals Christus, en met Christus,
en spreken Zijn woorden uit over de vijandige stad:
"O, als jullie ook zouden weten wat Vrede brengt!
Maar het is voor jullie ogen verborgen, door de korst van je zonden,
en jullie willen die korst, die je verblindt, niet verwijderen
en het Licht niet zien!"
Maar wees getroost, o stemmen.
Jullie kunnen je verheugen.
Want tot jullie wordt gezegd:
"Jullie zullen naar het Huis van de Heer gaan!"
Ja. Jullie zullen gaan
àls jullie volharden in de deugden zoals jullie onderwezen zijn.
Dan zullen jullie, door "jullie daden" - gezuiverd en van menselijk heilig geworden -
kunnen "ademen, door de troost van Zijn Genade"
en zalig zijn, want Zijn genade is zaligheid.'
Reacties
Een reactie posten